Pallas: lening verder opgerekt; gesprekken met investeerders stilgelegd

Gepubliceerd op: 06-09-2020

LAKA, 20 augustus 2020

Op 30 juni liep de termijn af voor het terugbetalen van de € 40 miljoen die Noord-Holland aan de Pallasreactor heeft geleend. Letterlijk uren voor het aflopen van die termijn besloot Gedeputeerde Staten de terugbetalingstermijn 1,5 jaar uit te stellen. Heel bijzonder want twee weken eerder liet de verantwoordelijke gedeputeerde nog weten “dat de risico-inschatting niet is veranderd en dat er nog geen discussie loopt over de terugbetaaldatum.” Ook wordt steeds duidelijker dat gesprekken met potentiële investeerders al een poos stilliggen en “naar verwachting” in het najaar van 2020 worden hervat. De Tweede Kamer heeft nog helemaal niets gehoord over de € 40 miljoen die het Rijk op 30 juni terug had moeten krijgen.

De Stichting Voorbereiding Pallasreactor kreeg in 2012 een lening van € 40 miljoen van de provincie Noord-Holland en € 40 miljoen van het Rijk voor fase 1: ontwerp, aanbesteding en vergunningverlening van de reactor. Belangrijk onderdeel van Fase 1; het vinden van private investeerders, want “de bouw en exploitatie van de reactor moet volledig privaat met risicodragend kapitaal worden gefinancierd”. De lening had een looptijd tot 1 januari 2019 want die private investeerders stonden te dringen en de bouw van de reactor zou in 2017 beginnen. In november 2018 bleek dat allemaal anders en werd de datum dat de lening terugbetaald moest zijn uitgesteld tot 1 juli 2020, want, zo stelde de minister, “In 2019 zullen investeerders moeten besluiten over de (private) financiering”.

Op 1 juli bleek dat op de valreep de terugbetalingstermijn opnieuw was verlengd en nu tot 1 januari 2022. Fabian Zoon van de Partij voor de Dieren stelde er enkele dagen later vragen over die nu door Gedeputeerde Staten zijn beantwoord. Uit die antwoorden blijkt dat alles op het laatste moment was: pas op 22 juni laat Pallas Gedeputeerde Staten weten dat ze niet terug kunnen betalen en pas op 30 juni wordt er overeenstemming bereikt over verlenging van de termijn. Waarom dan de provinciale Staten in de vergadering van 29 juni niets werd meegedeeld? Dat kon niet “omdat wij nog in gesprek waren met PALLAS naar aanleiding van het verzoek tot uitstel van terugbetaling van de lening”.

Plotseling (on)vermogen tot terugbetaling
Eén vraag dringt zich op na het lezen van de antwoorden: Wat is er toch gebeurd tussen het moment slechts enkele maanden eerder toen bij de zesmaandelijkse evaluatie er nog “geen sprake [was] van het niet tijdig kunnen terugbetalen van de lening” en 22 juni toen de lening niet kon worden terugbetaald en in allerijl een verlenging moest worden gevraagd van de termijn?

Zelfs een week eerder, op 15 juni was er nog geen vuiltje aan de lucht. Die dag was er namelijk een commissievergadering EFB (Economie, Financiën en Bestuur) waarin Fabian Zoon vragen stelde over de lening, en Gedeputeerde Zaal antwoordde dat ze die vrijdag (de 19de) op bezoek zou gaan naar NRG/Pallas om over het terugbetalen van de lening ‘te praten’. Waarop Zoon zegt: ‘ik schrik van het feit dat die terugbetaling blijkbaar een discussiepunt is, daar is toch geen discussie over?’ De Gedeputeerde antwoord dan 'dat de risico-inschatting over het terugbetalen niet is veranderd en dat er nog geen discussie loopt over de terugbetaaldatum'. (verslag EFB-vergadering, vanaf 3u58m).
Waren er toen dus nog geen aanwijzingen dat het afbetalen problematisch zou worden? Temeer omdat duidelijk is dat terugbetaling alleen door een derde partij zou kunnen gebeuren: Pallas zelf heeft geen geld. Pas als investeerders instappen kan de lening worden afgelost. En dat is de (zelfgecreëerde) spagaat waarin de provincie zit: ze moeten wel mee blijven doen met Pallas want dat is de enige kans – hoe onwaarschijnlijk ook ondertussen - dat ze nog wat van de lening terug zien.
Wat is er tussen 15 en 22 juni verandert bij Pallas waardoor terugbetaling van de lening niet langer mogelijk was? Of was het voor de GS gewoon het simpelste om te wachten tot de laatste datum voor het zomerreces?

Gesprekken met investeerders afgebroken
In de antwoorden wordt nu ook duidelijk gesteld dat de gesprekken met potentiële investeerders al lang afgebroken zijn en stilliggen. “Naar verwachting kunnen de gesprekken met de private investeerders in het najaar van 2020 worden hervat.
Gedeputeerde Staten vermelden nog wel even dat er “concrete belangstelling [is] van drie partijen (consortia met private investeerders)”, en verwijst daarbij naar een brief van minister Bruins van juli vorig jaar. Dezelfde brief waarin de minister laat weten dat hij bezig is met een “alternatief scenario (...) in het onverhoopte geval dat de belangen van de Staat onvoldoende kunnen worden behartigd in de onderhandelingen met de private investeerders”.